Bezig blijven vond Bep wel een goede oplossing. Ze deed eerst maar eens de hele afwas, in haar eentje. Net toen ze klaas was, liep Isolde de keuken in.
‘Heb je niet gezien dat daar een afwasmachine staat?’ vroeg ze.
‘Echt waar? Daar had ik geen flauw idee van.’ Ze lachtte verontschuldigend. ‘Ik ben die dingen ook niet gewend. Klaas haat moderne uitvindingen.’
Isolde draaide even met haar ogen, en zei toen: ‘maar het is niet de bedoeling dat jij alles doet. We zouden onderling iets af moeten spreken.’
‘Daar had ik het gister inderdaad ook al met iemand over. Ik was van plan een rooster te maken.’
‘Zal ik helpen? Dan doen we het op de computer. Iedereen zijn eigen printje, en daarop zijn eigen naam gemarkeerd. Kom, we gaan naar de bieb!’
Een half uurtje later liepen de vrouwen met een stapel papier het hele gebouw rond. Op het laatst hadden ze nog maar één vel.
‘Voor wie is die?’
‘Voor Emily.’
‘Die heb ik de hele ochtend nog niet gezien.’
‘Nu je het zegt, ik ook niet!’
‘Ach… dit gebouw is ook zó groot… Kom, we leggen het blad hier op de kast. Vroeg of laat krijgt ze hem wel.’
‘Heb je zin om te gaan zwemmen?’
‘Goed idee!’
de vrouwen liepen samen weg. Aan Emily dachten ze niet meer.