Na het eten had Marabel zich opgesloten in haar kamer. Ze voelde zich eenzaam en alleen, die mensen hier deden allemaal hun best en ze kon hùn niets kwalijk nemen, maar het was allemaal niet echt. Een soort toneelstukje waarin iedereen deed alsof ze heel aardig zijn, het heel goed gaat (behalve dan dat ze zijn opgesloten) en dat ze verder geen problemen hebben.
Acteren konden ze allemaal best goed, maar Marabel wist dat het meeste een leugen was, soms kon ze zelf de spanningen voelen en niet alleen tussen Bep en Klaas, dat waren de enige die niet meer konden doen alsof er niets aan de hand was, maar er waren nog veel meer spanningen. Marabel wist dat vroeg of laat er allerlei dingen zouden ontploffen en daar was ze boos over, want ze vermoede dat dat het doel was van hun opsluiter.
Marabel had daar geen zin meer in, ze zou straks haar kamer uitgaan en iemand vertellen wat haar was gebeurt op de zevende verdieping, iemand zou ze haar hele verleden vertellen en het kon haar niets schelen dat ze haar misschien zielig zouden vinden.