*

‘Jij, jij bent zo’n laffe koppigaard! De hele dag loop je hier al te mokken, en boos te doen. Je overwéégt niet eens engels te leren, en je overwéégt niet eens tegen iemand aardig te doen. Je bent hier niet alleen weet je dat!’
De woorden die zijn vrouw hem de vorige avond toesmeet, zaten Klaas nog altijd dwars. Hij wist dat ze gelijk had, maar wilde het niet toegeven.
En zij dan? Hoorde een vrouw niet onderdanig te zijn? Ze had helemaal het recht niet al die dingen te zeggen! En hoorde een vrouw niet aan haar man te gehoorzamen? Bep had gewoonweg geweigerd om naast hem te slapen.
Klaas wist diep van binnen wel dat hij te ver was gegaan, en dat bleek wel het meest uit het feit dat hij min of meer tegen Bep gezegd had dat het hem speet. Meer kon ze toch niet verwachten?
Klaas’ geweten was nu schoon, hij stond in zijn recht, én had zich verontschuldigd. Wat kon hij nog meer doen? Zijn vrouw was brutaal geweest en had zich tegen hem verzet. Bovendien ging ze met deze goddeloze mensen om alsof ze bij haar hoorden. Dit was ongehoord! Maar Klaas was machteloos. Zijn vrouw luisterde niet meer naar hem. Ze noemde hem koppig en liet zich beïnvloeden door die andere mensen, die allemaal dezelfde, goddeloze taal bleken te spreken. Als hij thuis was geweest had hij het wel geweten. Maar als hij thuis was geweest had ze het ook nooit gewaagd zó brutaal te w0rden.
Klaas voelde zich machteloos, en bleef de verdere dag op zijn kamer.

Gepubliceerd in: om oktober 16, 2010 op 11:01 pm  Geef een reactie  

De trackbackURI naar dit bericht is: http://abisua.wordpress.com/2010/10/16/275/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.